In het basisonderwijs wordt al vele jaren gebruik gemaakt van het Cito volgsysteem. Waarom wordt dit gebruikt en welke voordelen biedt dit systeem voor leerlingen?

 

Wat is het Cito leerlingvolgsysteem?

Het Cito leerlingvolgsysteem brengt per leerjaar in kaart wat kinderen geleerd hebben en in hoeverre ze voldoen aan de richtlijnen van de regering. De kerndoelen voor het primair onderwijs zijn opgesteld met als doel dat álle kinderen die de basisschool doorlopen, deze aan het einde eigen hebben gemaakt (Bron: bureaubijles.nl).

Het Cito leerlingvolgsysteem toetst per leerjaar twee keer hoe het ervoor staat met die vaardigheden: Midden en Eind.

 

Midden en Eindmeting

Vanaf groep 1 tot en met groep 7 (en in groep 8 één keer aan het begin) worden de Cito-toetsen van het leerlingvolgsysteem afgenomen. Voor rekenen, lezen, taal, woordenschat, spelling en begrijpend lezen zijn er meerdere toetsen die dan worden afgenomen.

De Middenmeting is altijd in december of januari en de Eindmeting is in juni (en soms al in mei).

De scores van deze metingen worden aan het leerlingvolgsysteem gehangen en vervolgens is al vrij snel te zien in hoeverre kinderen meekomen met hun groep en ten opzichte van hun eigen ontwikkeling staan.

Cito waardering

 

Het voordeel van deze metingen

Het voordeel van de LVS-toetsen is dat leerkrachten over een langere periode kunnen evalueren hoe een kind presteert. Anders dan bij de methodetoetsen  – die direct volgen op een blok waarin het geleerde ruimschoots aan bod is gekomen –  kunnen deze toetsen een resultaat over langere tijd weergeven. Dat betekent dat het makkelijker is om een en ander te evalueren.

Wanneer een kind met rekenen achteruit is gegaan op LVS-toetsen hoeft dat niet te betekenen dat dit ook bij de methodetoetsen al  het geval was! Immers, een kind kan op de korte termijn de lesstof heel goed begrepen hebben, maar die op langere termijn uit het oog zijn verloren.

 

Wat doet de school met deze metingen?

De school gebruikt elke meting om te bepalen of een kind vooruit is gegaan. Wanneer dat het geval is, gebeurt er doorgaans niets extra’s. Immers, het kind kan gewoon door blijven leren in dezelfde klas en hetzelfde stramien als daarvoor.

Wanneer een kind echter achteruitgaat, kan de school besluiten om een kind extra te ondersteunen. In het geval van een leerling die een III-score haalde en nu een V scoort, kan besloten worden om de toets te analyseren. Na het analyseren kan dan besloten worden om huiswerk mee te geven voor die onderdelen die minder goed beheerst worden. Zodoende is een leerling bij te spijkeren en kan op een volgende Cito-toets wel weer een stijgende lijn te zien zijn.

Cito leerlingrapport

Hier is een leerlingrapport te zien, gebaseerd op de Cito-toetsen volgens het LVS.

Is het het doel om alle kinderen een I te laten scoren?

Wie thuis is in de Cito-toetsen, weet dat een I score de hoogste score is. Een V score is de laagste score. Een belangrijke vraag die dus gesteld kan worden: is het het doel van de school om alle kinderen een I-score te laten halen?

Het antwoord is “nee”.

De Cito-scores dienen niet als doel, maar als middel. Ze geven aan op welk niveau een kind op dat moment functioneert. Wanneer een leerling veelvuldig op III-scores zit, is het enige doel om dat aan te houden en een stijgende lijn te zien.

Die stijgende lijn houdt in dat een kind in ieder geval elk half jaar meer opsteekt en niet blijft hangen.

Het is niet zo dat scholen een V-score naar een I-score proberen te krijgen. Het kind in kwestie zal dan overvraagd kunnen worden en dat leidt alleen maar tot averechtse acties (bijv. een kind dat niet lekker in zijn vel zit en het leren helemaal laat afweten).

 

Stijgende lijn

Even terug naar die stijgende lijn. Cito heeft namelijk vastgelegd wat leerrendementen zouden zijn bij een bepaald leerjaar en een bepaalde score. Wat dat betreft is er op ieder niveau (en ook op iedere toets) een vaardigheidsgroei vastgesteld. Een kind dat op de toets rekenen M6 een score van 98 haalt, zou de volgende toets een +6 moeten kunnen halen (wat betekent dat de E6-score minstens 104 zou moeten zijn). Zo niet, dan is er geen sprake van voldoende groei. Ook dan kan besloten worden om extra op dit kind in te zetten, zonder dat de score (een III blijft in deze score een III) achteruit is gegaan.

Het is dus een stuk complexer dan alleen de Romeinse cijfers. De Cito LVS-toetsen gaan dieper dan dat.

 

Groei op II-scores of op V-scores

Wat op heel veel scholen ook gebeurt is dat besloten wordt op kinderen die veelvuldig een V-score halen, ander werk aan te bieden (Bron: wij-leren.nl). Zij krijgen werk op fundamenteel niveau (het laagste niveau waarmee je de basisschool kan verlaten) en worden daarmee ontzien in werk. Het is voor deze leerlingen (die jaar in jaar uit een V scoren op bijvoorbeeld rekenen of begrijpend lezen) erg lastig om bij te blijven. Het plafond kan zomaar al bereikt zijn. Het is dan ook goed om deze kinderen te ontlasten.

Wel maken deze kinderen de Cito-toetsen (en soms zelfs nog beter dan wanneer ze op de volledige stof waren doorgegaan), om in kaart te brengen hoe hun ontwikkeling is.

II-scores zijn in de praktijk makkelijker omhoog te krijgen. Een leerling zal minder snel van V naar IV gaan dan van II naar I. Dat komt omdat kinderen met overwegende II-scores al een bepaald niveau beheersen en dus ook een en ander aan kennis sneller oppakken. Wees dus niet verbaasd als een leerkracht vooral inzet op II-scores en niet op V-scores. Misschien klinkt het onplezierig, maar “zakelijk gezien” is bij deze kinderen meer rendement te behalen.

 

Wat kun je als ouder doen?

Als ouder wil je natuurlijk het beste voor je kind. Hoewel de school de Cito LVS-toetsen afneemt, kun je met je kind natuurlijk altijd lesstof behandelen die hij of zij moeilijk vindt. Daarmee voorkom je dat een kind nog verder achteruit gaat in het leren en kun je zelfs inzetten op het aanleren van vaardigheden die nooit goed beheerst werden. Het advies is wel om dit altijd in overleg met de leerkracht te doen. Deze weet immers beter wat er speelt en hoe een kind optimaal te helpen valt.

Verder moet je als ouder ook niet bang zijn om los te laten. Is je kind niet goed in rekenen? Dan is het erg frustrerend als je daar hoge verwachtingen van hebt. Bedenk je dat je kind het nooit met opzet fout doet. Laat het los en maak het niet te zwaar. De kans dat een kind anders zijn plezier in school verliest, is ook altijd aanwezig. En als ouders is dat het laatste wat je wil.

 

Conclusie

De LVS-toetsen van Cito zijn ervoor om te bepalen in hoeverre kinderen mee kunnen komen met de aangeboden leerstof en in hoeverre er groei is (Bron: cito.nl). Het is niet het doel van de basisschool om alle kinderen een hoge score te geven (want dat zou betekenen dat er alleen nog maar kinderen naar het vwo gaan), maar wel om hun eigen leerlijn te bewaken en hen op niveau zover mogelijk te brengen. Als ouder kun je met je kind oefenen in lesstof die het nog niet goed beheerst, maar voorkom dat je hierin doorslaat. Het is voor kinderen niet leuk om continu geconfronteerd te worden met lesstof die ze niet goed beheersen en waar ze moeite mee hebben.